Bekijk hier de PDF met meer informatie

Met beheerplan hebben gemeenten jaarrond grip op eikenprocessierups
De Nationale Bomenbank Zuidoost-Nederland (NBB ZON) maakt vanuit Mill risicoanalyses op het gebied van de eikenprocessierups voor opdrachtgevers. Op basis daarvan kunnen deze een solide beheerplan opstellen. De gemeente Ede werkt volgens het beheerplan dat ze samen met NBB ZON heeft opgesteld. Twan Verhoeven, bedrijfsleider bij NBB ZON, en Marije Wesselius, beleidsmedewerker bij de gemeente Ede, vertellen over de resultaten van het beheerplan EPR.

In 2007-2008 nam in de gemeente Ede plotseling de eikenprocessieplaagdruk toe, wat zorgde voor meerdere uitdagingen. Daarnaast was er sprake van essentaksterfte en andere boomziektes. Beleidsmedewerker Marije Wesselius vertelt wat er toen allemaal aan het rollen werd gebracht.

Bewustwording groeit
'Ondanks de EPR-toename van 2007-2008 viel het aantal klachten redelijk mee. Er was nog niet veel bekend over de rups met de brandharen. Wel kwam NBB ZON onmiddellijk de brandhaarden en risicogebieden met EPR bestrijden en dat bleven ze jaren achtereen doen. Het bedrijf behandelde de bomen in een vroeg stadium preventief met het biologische bestrijdingsmiddel XenTari WG. In 2015 kwam daar de behandeling met nematoden bij. In de tussentijd krabden wij ons als gemeente achter de oren: we beseften dat alleen XenTari WG, nematoden en het curatief wegzuigen van nesten niet genoeg was. We moesten het aantal eiken terugbrengen en gunstige omstandigheden creëren voor natuurlijke vijanden. We merkten dat we niet genoeg variëteit hadden in ons bomenbestand: 33 procent van ons bomenbestand bestond uit Quercus (21.748 exemplaren) en 28,5 procent uit Quercus robur (18.436 exemplaren); Fagaceae maakte 42 procent uit met 27.167 bomen. Vanaf dat moment gingen we geleidelijk aan meer inzetten op variëteit. In 2018 ontwikkelde onze gemeente een actieplan biodiversiteit, dat in 2009 werd aangenomen. De gemeente houdt zich de laatste tijd veel bezig met het creëren van meer biodiversiteit - en dus meer natuurlijke EPR-vijanden - als inzet tegen plagen, maar ook ter voorkoming van massale ziekte-uitbraken bij bomen. In 2013 werd het nieuwste bomenbeleidsplan geschreven. Daarin is dit soort zaken vastgelegd, maar ook de regel dat de juiste boom op de juiste plek moet staan.'

Alle neuzen dezelfde kant op
In 2018 deed zich een tweede, landelijke eikenprocessierupsgolf voor. Ditmaal haalden de klachten over de rups het nieuws wel. Burgers raakten bezorgd. Het regende klachten en ditmaal wilde de politiek geïnformeerd worden. 'Tot nu toe hadden we in de gemeente Ede het EPR-beheer vanuit de uitvoering aangepakt. De buitenteams van NBB ZON en onze afdeling beheer wisten precies wat er waar werd gedaan. Maar ook andere afdelingen in onze organisatie moesten erbij worden betrokken. Het doel was om eensgezind naar buiten te treden met tekst en uitleg over onze aanpak. Het werd dus tijd om met een gezamenlijke aanpak het EPR-beheer in één keer goed te regelen.'

Sinds 2018 is het EPR-beheer bij de gemeente Ede in een bestek gegoten. NBB ZON kreeg gegund op basis van het ingediende plan van aanpak. Het bedrijf maakte een risicoanalyse, maar wist feitelijk al hoe de vlag erbij hing in de gemeente Ede na tien jaar EPR-bestrijding. 'We wisten al welke plaatsen prioriteit hadden om te worden behandeld', vertelt bedrijfsleider Verhoeven.

Belang van beheerplan
Verhoeven: 'In een beheerplan worden heel veel data verzameld. Na een aantal jaar heb je zoveel informatie verzameld, dat je op basis daarvan zowel directe als langetermijnbeslissingen kunt nemen. Je kunt aan de hand van een risicoanalyse niet alleen besluiten waar je gaat spuiten, maar de gemeenteraad en burgers ook uitleggen waarom.'

Verhoeven noemt een tweede belangrijke reden om een duidelijk beheerplan te hebben. 'Je wilt als gemeente voldoende mensen en machines kunnen inzetten. Daarvoor heb je van tevoren een plan nodig dat je effectief kunt uitrollen. Natuurlijk is elk jaar weer anders, maar een plan kun je altijd bijstellen. Het sleutelwoord is: voorbereiding.'

Wat te doen?
NBB ZON heeft in 2018 alle eiken in de gemeente Ede gemonitord en in kaart gebracht waar de EPR zich ophoudt en in welke mate. 'Een boom kan helemaal vol zitten of een klein nestje bevatten. Daar bestaan grote verschillen tussen', legt Verhoeven uit. 'Zo ontdekten we in de gemeente Gennep dat er in een achterafgelegen gebied grote brandhaarden waren. Andersom kan de plaagdruk relatief laag zijn op plaatsen waar veel mensen verblijven of wonen. We brengen op deze manier in kaart welke gebieden onze prioriteit moeten hebben in het beheer.'

Verder is de basis van het beheerplan geënt op de cyclus die NBB ZON normaal gesproken doorloopt: preventief spuiten, curatief spuiten, feromoonvallen ophangen, vlinders tellen en op basis daarvan een risicoanalyse en beheerplan voor het jaar erop maken.

In het beleidsplan is opgenomen wie waarvoor verantwoordelijk is. Wesselius: 'De gemeente heeft een zorgplicht voor de bomen in de openbare ruimte. Particulieren zorgen voor hun eigen bomen, dus ook als er EPR in hun eik zit. We maken als gemeente weleens een uitzondering als het gaat om risicoplekken zoals scholen. Het afgelopen jaar was het soms lastig voor particulieren om een bestrijdingsdienst in te schakelen, omdat deze diensten overbelast waren, maar we moeten ergens een lijn trekken.'

'Je kunt op basis van een risicoanalyse besluiten waar je spuit en dat naar buiten toe uitleggen'

Communicatie
Ook een punt van aandacht blijft de communicatie omtrent het EPR-beheer. Wesselius: 'We hebben een verbeterd meldsysteem. Als mensen klachten hebben, kunnen ze zelf met een stipje op de kaart aangeven waar de overlast is. Deze kaart is aangemaakt in ons gemeentelijke beheersysteem Geo Ede. Dat systeem is gekoppeld aan het beheersysteem van de Nationale Bomenbank (ArcGis). Daardoor wordt de klacht automatisch doorgezet naar het digitale meldsysteem van de Nationale Bomenbank. De klacht verschijnt dan op hun to-dolijst. Het is belangrijk dat burgers met klachten niet te lang hoeven te wachten voordat deze in behandeling worden genomen. Burgers moeten zich gehoord voelen.

Intern hebben wij een Team Rups opgesteld. Daarin zijn toezicht, buitendienst, beheer, beleid en communicatie vertegenwoordigd. We houden wekelijks overleg. Daarnaast houden we de rest van de organisatie op de hoogte van de uitvoering van het EPR-beheerplan via intranet. De communicatie naar buiten toe gaat via onze website. We zijn voornemens om burgers ook actief te betrekken bij de EPR-bestrijding. We willen ze mezenkastjes, bloembollen en zaad van wilde bloemenmengsels aanbieden, om ze enthousiast te maken voor het vergroten van de populatie natuurlijke vijanden van de EPR. Zo hopen we draagvlak te creëren voor onze manier van beheren.'

Volgens Verhoeven en Wesselius is dat ook nodig; mensen zijn soms ongerust omdat er zoveel is gespoten tegen de buxusmot en vanwege de recente glyfosaatdiscussie. 'Voorlichting over de biologische middelen waarmee we spuiten, kan veel verschil maken', aldus Verhoeven.

Jaarrond alert
Verhoeven ziet duidelijk verschil tussen gemeenten die jaarrond bezig zijn met EPR-beheer en gemeenten die dat niet zijn. 'Het aantal bomen dat EPR bevat, is niet kleiner bij proactieve gemeenten, maar de plaagdruk per boom wel. Zoals ik al zei: er is een groot verschil tussen een boom die uitpuilt van de nesten en een boom die een klein nestje bevat.' De gemeente Ede verdient volgens Verhoeven een dikke pluim. 'Zij zijn al jarenlang het hele jaar door bezig met hun EPR-beheer.' Wesselius: 'Het lijkt misschien alsof wij er nu niet mee bezig zijn en pas in mei in actie komen, maar achter de schermen zijn we druk bezig met de EPR-problematiek.' 'We zien elkaar nu bijna wekelijks', valt Verhoeven haar bij. Wesselius knikt. 'Natuurlijk hebben we meer te doen dan alleen de bestrijding van de rups, maar deze problematiek heeft wel prioriteit.'

Toekomst
Verhoeven wijst op natuurlijke plaagcycli van circa tien jaar: 'Als we een voorspelling baseren op de cyclus die EPR de afgelopen decennia heeft laten zien, dan is het waarschijnlijk dat de maximale plaagdruk al achter ons ligt en dat we zoetjesaan weer minder overlast zullen krijgen. In de toekomst kunnen gemeenten die geïnvesteerd hebben in biodiversiteit het in luwe periodes wellicht af met natuurlijke vijanden. Maar in periodes dat de plaagdruk hoog is, blijft een combinatie van maatregelen waarschijnlijk nodig.' Verhoeven en Wesselius willen hun aandacht dus niet laten verslappen. 'Anders kun je weer van voren af aan beginnen', klinkt het eensluidend.

'We delen ons plan van aanpak met omliggende beheerders, zodat we niet hoeven te dweilen met de kraan open'

Samenwerking in Gennep
NBB ZON bestrijdt en adviseert ook al jarenlang in de gemeente Gennep. Het beheer deed de gemeente Gennep zelf. Sinds twee jaar wordt in Gennep ook met een EPR-beheerplan gewerkt. Dat plan wordt opgesteld door NBB ZON, op basis van de resultaten van voorgaande jaren. De daadwerkelijke bestrijding wordt uitgevoerd door de Nationale Bomenbank.

Christine Naaijen, beleidsmedewerker groen, natuur en landschap: 'Een overzicht van de gemeentebomen in de openbare ruimte die in ons beheersysteem staan, laat zien dat ruim 40 procent (zomer)eik is. We hebben ook nog kleine bosjes in de gemeente; die bestaan ook voor een groot deel uit eik. In de toekomst willen we meer diversiteit.'

Naaijen vertelt dat de plaagdruk steeds erger lijkt te worden. 'Of mensen hebben meer klachten vanwege de mediahype, dat kan ook.'

Net als Ede zet Gennep in op meerdere maatregelen om de EPR-plaag te beheersen. Naaijen: 'We bestrijden EPR preventief en curatief, maar monitoren ook om tot een risicoanalyse en plan van aanpak te komen voor het volgend jaar. We willen daarnaast de biodiversiteit vergroten om de populatie natuurlijke vijanden te stimuleren. We hopen dat deze maatregelen elkaar versterken. NBB ZON analyseert de data van afgelopen jaar en rapporteert over onze bomen, maatwerk dus. Alles wordt in GIS bijgehouden en de communicatie gaat ook via GIS; dat is heel efficiënt. Ze zijn op de hoogte van landelijke protocollen en richtlijnen. Ze verfijnen hun strategie door resultaten en verwachtingen als basis te gebruiken voor het volgende beheerplan. We hebben een meerjarig contract. Ondanks de intensieve aanpak was er toch nog een hoge plaagdruk en waren er veel klachten. Maar er zit ook een maximum aan wat je als gemeente kunt doen. Ik ben ervan overtuigd dat we niet meer kunnen doen dan we nu al doen.' Naaijen vertelt over de samenwerking met NBB ZON: 'De samenwerking gaat heel goed. Het is ook geweldig dat zij ons steunen bij de 'nevenactiviteiten', zoals ik ze maar even noem. NBB ZON heeft veel informatie waaruit blijkt wat we doen en dat we het systematisch aanpakken. Zo kunnen we naar buiten toe uitleggen dat wij het hele jaar door niet stilzitten. Hopelijk komt er dan ook meer begrip. EPR-vrij worden, dat is een illusie en dat hoeft ook niet. De hoop is dat het natuurlijke systeem zijn balans terugvindt, dat het weer zo veerkrachtig wordt dat preventief spuiten met XenTari op een dag niet meer nodig is. Komend jaar wordt NBB ZON weer ingezet om het EPR-plan uit te voeren en beginnen we met een paar pilotprojecten met aangepast maaibeheer.'

De gemeente is zich ervan bewust dat het verlagen van de EPR-plaagdruk het effectiefst is bij samenwerking met beheerders van omringende gebieden met eiken. De gemeente en de Nationale Bomenbank hebben in februari om de tafel gezeten met andere terreinbeheerders, zoals de buurgemeenten Bergen en Mook en Middelaar, CenterParcs Heijderbos, Stichting Dichterbij, Limburgs Landschap (IKL), Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer, het Instituut voor natuureducatie en duurzaamheid IVN en enkele betrokken inwoners van de gemeente. Naaijen: 'We hebben het IKL gevraagd om ons te helpen met zoveel mogelijk partijen samen te werken. Deze eerste stap om samen te komen was bemoedigend. Er was veel animo onder de verschillende beheerders om informatie uit te wisselen over wie wat doet in de strijd tegen EPR. We zullen ons plan van aanpak delen met omliggende beheerders, zodat we elkaar kunnen inspireren en niet hoeven te dweilen met de kraan open. Maar we hebben nog blanco vlekken op de kaart. Voor particulieren is bestrijding lastig en we weten nog niet precies wat de provincie en Rijkswaterstaat aan EPR-bestrijding doen.'

Naaijen vat samen: 'We streven naar een betere samenwerking met andere partijen en willen volop inzetten op biodiversiteit, zodat de overlast voor bewoners afneemt en we de plaag beter in bedwang krijgen.'

Auteur: Karlijn Santi Raats

Deze website maakt voor een optimale werking gebruik van cookies. OK Toestaan Weigeren Lees voor meer informatie onze privacyverklaring privacy Cookie instellingen