Boomspecialisten

Auteur: Meike Wessels

Een ommetje met een boomspecialist en boomkweker

In deze eerste aflevering van de serie 'Een ommetje met ...' loopt de redacteur van dit vakblad samen met boomspecialisten door de openbare ruimte. Wat valt hen op aan de stadsbomen, waar zien ze knelpunten en waar verwonderen ze zich over? Dit keer is de beurt aan Dirk Doornenbal, algemeen directeur van NBB-Groep (onder andere Nationale Bomenbank) en Corné Leenders, hoofd verkoop bij Boomkwekerij Udenhout.

Een alledaagse wandeling door de wijken Galgenveld en Altrade in Nijmegen, de stad waar het kantoor van NWST is gevestigd, leert dat er veel te zien is aan het aanwezige bomenbestand. Van matige tot uitstekende boomspiegels, onder en boven geënte soorten, zieke en gezonde bomen, tot gerenoveerde straten waarin duidelijk de smaak van een landschapsarchitect te zien is.

Terwijl de voordeur nog in het slot moet vallen, worden de professionele verschillen al zichtbaar. 'Ik zag hier om de hoek iets waar we wel even naar kunnen kijken', zo steekt Leenders van wal. 'Wat zie je dan?', vraagt Doornenbal. 'Aan deze kant een sierkers die aan de onderkant is geënt, en aan de overkant dezelfde boom, maar dan aan de bovenkant geënt. Dat is toch bijzonder', antwoordt Leenders. Doornenbal, omlaag kijkend en lachend: 'Dat is interessant, maar daar kijk ik niet naar. Ik heb meer oog voor de groeiplaatsinrichting.'

Wat een boomspecialist en -kweker van elkaar kunnen leren
We lopen dus met een boomspecialist en een boomkweker door de stad met het idee: wat kunnen de twee van elkaar leren? De gedachte is dat een boomkweker baat heeft bij snelle groei en met het oog hierop snoeit, voor zoveel mogelijk volume in de kroon. Een boomverzorger, die het vooral om het eindbeeld gaat, heeft juist belang bij een correcte kluit-kroonverhouding, met niet te veel hout ten opzichte van de kluit. Leenders beaamt tijdens de wandeling het belang van een juiste kluit-kroonverhouding en zegt dat hier juist rekening mee wordt gehouden op zijn kwekerij.

'Het is toch prachtig om te zien dat jouw bomen het goed doen; daar doe je het voor als kweker'

Natuurlijk is een kweker gebaat bij snelle groei en volume in de kroon. 'Maar wij zien ook graag dat een boom goed groeit, niet dat een klant na een paar jaar terug moet komen om een nieuwe te kopen', zo licht Leenders toe. 'Het is toch prachtig om te zien dat jouw bomen het goed doen? Daar doe je het voor als kweker. Ik rijd regelmatig langs plekken waar onze bomen staan.' Doornenbal voegt daaraan toe: 'Zeker, ik ga ook vaak langs plaatsen waar we met Nationale Bomenbank bomen hebben geplant of verplant om te kijken hoe ze het doen. Het is dan mooi om te zien dat ze goed aanslaan, maar ook hoe ze zich ontwikkelen in de loop van de tijd.'

Nadat we de sierkers achter ons hebben gelaten, stevent Leenders af op Ostrya carpinifolia, een hopbeuk. 'Dit is nou echt een perfecte boom.' Doornenbal: 'Waarom dan?' Leenders: 'Hij wordt nooit ziek; daardoor heeft hij nauwelijks extra verzorging nodig.' Wederom een glimlach op het gezicht van Doornenbal. 'Daar kijken boomkwekers dan weer naar.'

Groeiplaats
We zijn de straat nog niet uit, of we hebben al bij zowat iedere boom stilgestaan. Met name de verscheidene boomspiegels wekken Doornenbals interesse: groot of klein, kaal of bezaaid. 'In steden zie je vaak dat bomen ondergronds te weinig ruimte krijgen. De wortels zullen hier waarschijnlijk onder het trottoir zoeken naar voedsel in een voortuin. Onder een parkeerplek, zoals hier, zit meestal puingranulaat. Hier hebben wortels niets te zoeken.'

Wijzend naar een breed stuk trottoir vervolgt Doornenbal: 'Kijk, waarom zo'n kleine boomspiegel? Je kunt de ruimte toch makkelijk uitbreiden en gebruiken voor groen? Maar bij een gemeente staat veiligheid voorop; als jij je auto parkeert, moet je op het trottoir kunnen uitstappen.' Een stukje verderop in de straat is Doornenbal positiever gestemd: de hopbeuk daar heeft aanzienlijk meer ruimte en is omringd met weelderig groen. 'Hier hebben ze het goed aangepakt. Je stapt uit de auto en staat dan op een klein stukje trottoir van halfopen verharding. De rest wordt gebruikt voor de boomspiegel.' Doornenbal benadrukt het belang van een gevarieerde of begroeide boomspiegel, want vooral dat bepaalt hoe een boom groeit. Daarbij gaat het om vragen als: hoeveel doorwortelbare ruimte krijgt de boom? Is er gebruikgemaakt van een voedingsmedium zoals eentoppig bomenzand of is er een andere voedzame bodem aanwezig? Is er voldoende zuurstofuitwisseling? En biedt de stadse omgeving voldoende mogelijkheid om regenwater op te vangen en op te slaan?

'In steden zie je vaak dat bomen niet veel ondergrondse ruimte krijgen'

Circulaire boompalen
We vervolgen onze route richting een klein stadspark, waar twee kastanjehouten boompalen Doornenbals aandacht trekken. 'Als je het hebt over duurzaam inkopen, is dit interessant. Deze boompaal is van een Europese hardhoutsoort, dus onbehandeld en herbruikbaar en dus circulair.' Leenders voegt eraan toe: 'Normaal koop je boompalen uit China, waar ze worden geïmpregneerd.' Doornenbal vraagt zich of dat nog steeds het geval is en plaatst ondertussen zijn duim en wijsvinger om de stam van de jonge lijsterbes. 'Op een boomkwekerij meten boombeheerders de stam vaak op borsthoogte (ongeveer 1,30 m), terwijl boomkwekers afzakken naar heuphoogte (1 m). Daar is die namelijk altijd dikker', grapt Doornenbal. Leenders lijkt dit statement niet te ontkrachten en kijkt ondertussen naar de rest van de bomen. Hij merkt op: 'Zonde eigenlijk dat ze hier lijsterbes hebben geplant. Er is genoeg ruimte; waarom plant je dan zo'n kleine boom?' Doornenbal: 'Lijsterbes wordt niet groot en heeft een kortere levensduur dan bijvoorbeeld esdoorn of plataan. Die hebben hier voldoende ruimte om groot uit te kunnen groeien.'

Al wandelend hoor ik de heren geregeld zeggen dat er veel Amerikaanse eiken in de wijk staan. 'Een boom die na de oorlog veel werd geplant', aldus Leenders. Een imposante beuk (Fagus sylvatica 'Laciniata') in het stadspark trekt de aandacht van de boomspecialist en kweker. 'Dat is een bijzonder plaatje, de schoolkinderen die zo onder de boom zitten voor schaduw. Mooi toch?', zegt Doornenbal. 'We verplanten geregeld bomen van dit formaat met Nationale Bomenbank. Wat je hier mooi ziet, is een grote "paraplu" waarbij veel water valt aan de rand van de kroon. Hier zitten veel wortels. Wanneer je een kluit maakt, moet je er bij de groeiplaatsinrichting altijd rekening mee houden dat de wortels hiernaartoe terug kunnen groeien.'

Soortkeuze
Verder de wijk in merkt Leenders een es op. 'Die vind ik nou helemaal niks. Essen zijn geen mooie bomen om in de stad te planten.' Doornenbal werpt tegen: 'Dat valt te bediscussiëren, Corné. Door de grillige groei zijn het mooie bomen met een halfopen kroon. Los van de essentaksterfte kan dat een keuze zijn.' Terwijl we terug naar het kantoor lopen, treffen we nog een typisch voorbeeld van goede en minder goede groeiplaatsen aan: een laan bomen met daartussen één kleine eik, gepositioneerd tussen stenen en tegels. De andere soortgenoten staan tussen het groen en zijn dan ook aanzienlijk groter. Over de reeks bomen tegenover dit schouwspel merkt Leenders op: 'Ze zullen het idee hebben gehad om langs deze drukke weg bomensingels terug te planten nadat de weg was aangelegd. Maar als je verderop kijkt, zie je een aantal prachtige platanen. Die reeks bomen was dus niet nodig. Ze staan elkaar alleen maar in de weg.'

''Omdat aan de rand van de kroon het meeste water valt, tref je daar veel wortels aan'

Afsluitend steken we een parkeerplaats over, waar groen schittert door afwezigheid. 'Dat snap ik dan niet, dat hier geen bomen staan. Als je een klimaatadaptieve gemeente wilt zijn, is dit de perfecte plek om bomen te planten', zo besluit Doornenbal.

 

Dirk Doornenbal 
Dirk Doornenbal is mede-eigenaar en algemeen directeur van NBB-Groep. Hij is European tree technician en 25 jaar werkzaam met bomen in de openbare ruimte. NBB-groep is het moederbedrijf van Nationale Bomenbank en Terra Nostra. Nationale Bomenbank houdt zich bezig met uitvoerend boomwerk, Terra Nostra met onderzoek en advies omtrent bomen. De bedrijven trekken samen op in integrale boomprojecten en versterken elkaar over en weer met wetenschappelijke kennis en praktische toepasbaarheid. 

 

Corné Leenders 
Corné Leenders is hoofd verkoop bij Boomkwekerij Udenhout. Hij is daar al zeker 25 jaar werkzaam. De geboren en getogen Udenhouter begon op de kwekerij als stagiair en kwam na een opleiding bedrijfskunde terug bij het bedrijf als verkoper. Inmiddels leidt hij de afdeling verkoop, die bestaat uit collega's die zich ontfermen over de verkoop in landen als Frankrijk en België. Boomkwekerij Udenhout levert vooral aan gemeentes, is zo'n 170 ha groot en groeit gestaag door, mede dankzij het goede resultaat van het afgelopen jaar. 

Deze website maakt voor een optimale werking gebruik van cookies. OK Toestaan Weigeren Lees voor meer informatie onze privacyverklaring privacy Cookie instellingen