Bekijk hier de PDF met meer informatie

Snoeien bij aanplant van bomen leidt nogal eens tot verhitte discussies. Het reguleren van groeihormonen en beperken van verdamping vormen argumenten die pleiten voor twee uitersten, helemaal niet snoeien en wel snoeien. In de stedelijke omgeving is het duidelijk dat we al erg blij zijn als een boom in het derde groeiseizoen een goede doorgroei laat zien. Heeft u weleens gekeken hoe lang doorgroei op kwekerijen op zich laat wachten? Meteen al in het eerste groeiseizoen zijn bomen sterk in ontwikkeling en in het tweede seizoen is de verplantshock allang verleden tijd.

Nieuwe aanplant versus verplanting Als we kijken naar wortelverlies, maakt het niet zoveel uit of we te maken hebben met een boom die aangeplant wordt in kwekerijmaat 18-20 of met een boom die al jaren staat te groeien in een gemeente en vervolgens verplant wordt met een stamdiameter van 30 cm. Beide bomen zullen een aanzienlijk deel van hun opnamewortels verliezen ter voorbereiding op hun nieuwe plantplaats. Van bomen die op de kwekerij gekweekt worden, is bekend dat er bij levering ongeveer 20% van het wortelgestel resteert – oftewel 80% van het wortelgestel ligt nog op de kwekerij! Bomen die verplant worden en soms zelfs niet voorbereid worden, zullen nog lager scoren wat betreft het percentage van het oorspronkelijk wortelvolume dat behouden blijft. In beide gevallen is het aandeel wortelverlies substantieel. Alleen in container geleverde bomen komen er beter van af, want die kunnen met 100% van het gevormde wortelgestel worden geleverd. Met betrekking tot het kroonvolume zal een boom van de kwekerij doorgaans geleverd worden met 100% van zijn kroonvolume. Bij het verplanten van bomen zijn de afmetingen van de kroon vaak zo groot, dat deze op een of andere manier verkleind moet worden, alleen al om het simpele feit dat ze anders niet transporteerbaar zijn. Een Platanus x hispanica van 30 cm stamdoorsnede met een vrij uitgroeiende kroon, bijvoorbeeld, zal nooit in horizontale transportstand onder een viaduct door passen. Om logistieke reden kan snoei noodzakelijk zijn.

Balans
De verhouding van wortelgestel en kroonvolume dient min of meer in balans te zijn. Een boom die nauwelijks een wortelgestel heeft, maar wel een volle kroon, zal al snel omvallen, omdat het beperkte wortelgestel onvoldoende stabiliteit biedt. Er worden dan boompalen en kluitverankering gebruikt om dat probleem op te lossen. Het grootste probleem dat verband houdt met het beperkte wortelgestel, is het vermogen van de boom om water en voedingsstoffen op te nemen, om groeiprocessen in hetzelfde tempo te continueren. Door de afname van het wortelvolume ter voorbereiding op de aanplant is het opnamevermogen sterk verkleind. De kroon, die in zijn volle glorie is gespaard, heeft een beperkte aanvoer vanuit de wortels, die onvoldoende is om te voorzien in de behoeften van de bladmassa. We zien dit vooral bij snelgroeiende soorten als plataan en linde, maar ook bij eik. In de loop van het eerste groeiseizoen wordt blad afgeworpen; bladeren nabij de eindknop blijven gehandhaafd. In kwekerijen wordt volledig anders omgegaan met deze boomsoorten. Plataan en linde, maar ook vele andere soorten, worden bij aanplant op kwekerijen tot maat 18-20 volledig kaal geknipt; zelfs de top gaat eruit. Het resultaat is geen magere groei, maar meteen al in het eerste groeiseizoen een heftige reactie en volledig nieuwe kroonontwikkeling, met scheuten tot wel 50 cm. Langzaam groeiende en kwetsbare soorten zoals Koelreuteria of Magnolia vormen een uitzondering; hierbij worden niet alle takken verwijderd, maar dikkere takken ingekort en dunne twijgen weggeknipt. Samengevat zijn bomen met een snelle groei, die veelal tot de eerste en tweede grootte behoren, gebaat bij stevige snoei bij aanplant.

Snoeien
We kennen diverse vormen van snoei om bomen in de stedelijke omgeving te begeleiden. Snoei bij aanplant van bomen is beduidend anders dan begeleidingssnoei of onderhoudssnoei. Het open snoeien van kronen, en daarmee de bevordering van uv-instraling in de kroon, moet worden voorkomen om verdampende effecten te beperken. Zowel bij kwekerijmaten als bij verplanting moet de snoei zich richten op het beperken van het verdampende oppervlak door de boomkroon aan de buitenzijde in te nemen. Het gaat hierbij vooral om eenjarige twijgen die teruggesnoeid worden. De reductie van bladmassa mag rustig 20-25% van het totale bladoppervlak bedragen. Uiteraard moet de top gehandhaafd blijven; we willen geen verminking van het uiterlijk en later extra energie moeten stoppen in het opnieuw vormen van een topscheut. Deze snoeimethode geldt voor nagenoeg alle aanplant, waarbij, zoals aangegeven, geen snoei noodzakelijk is voor kwetsbare soorten die een langzame groei kennen, tenzij de transportmaat daartoe noodzaakt. Naaldbomen zijn al helemaal gevoelig voor het achterwege laten van snoei of verkeerd snoeien. Geen snoei of uitdunnen van de kroon leidt tot een transparante kroon, waarbij de oudste naalden als eerste worden afgeworpen en aan het uiteinde de jongste naalden nog aanwezig zijn. Bij deze bomen moet ook weer van buiten naar binnen gesnoeid worden.

Alleen in het geval van aanplant geldt wat mij betreft het vaak misbruikte gezegde: snoeien doet groeien.

Deze website maakt voor een optimale werking gebruik van cookies. OK Toestaan Weigeren Lees voor meer informatie onze privacyverklaring privacy Cookie instellingen