Boomspecialisten

Auteur: Heidi Peters

Plan voor zo effectief mogelijke beheersing het hele jaar door

Wegzuigen, inspecteren, branden, heet water, nematoden, bacteriën, mezenkastjes, lijmbanden. In de loop der jaren zijn er allerlei middelen en methoden op de markt gekomen om de overlast van de eikenprocessierups terug te dringen. Belangrijk is welk middel je op welk moment inzet om de doelen van dat moment te behalen en eventuele nevenschade te beperken. Een aaltje maakt immers geen onderscheid tussen de ene en de andere rups. De jaarrondaanpak van de Nationale Bomenbank helpt gemeenten en andere areaalverantwoordelijken de juiste keuzes te maken.

'We stellen onszelf een aantal doelen bij de bestrijding van de eikenprocessierups', vertelt Jeroen Hendriks, relatiebeheerder bij de Nationale Bomenbank. 'Dit zijn onder meer zorgvuldig omgaan met bestrijdingsmiddelen, de milieubelasting verminderen, de overlast van de eikenprocessierups minimaliseren en als rode draad in onze aanpak communicatie en het delen van data. Adviesbureau Terra Nostra voert doorlopend onderzoek uit naar de rups, monitort de verschillende aanpakken en hangt ook feromoonvallen op. De Nationale Bomenbank pakt vervolgens de uitvoering op. De bevindingen delen we met onze opdrachtgevers, zowel de beheeradviezen van Terra Nostra als de ervaringen tijdens de uitvoering.'

'Inzicht helpt voor een efficiënte bestrijding'

Xentari of nematoden
Al in de eerste maanden van het jaar beginnen de voorbereidingen voor het preventieve spuitseizoen. Hiervoor worden de wensen en verwachtingen in kaart gebracht. Bij de Vlinderstichting zijn kaarten op te vragen waarop te zien is waar beschermde en bedreigde vlindersoorten te vinden zijn. Vooral beschermde vlindersoorten mogen niet preventief bespoten worden. De bacterie of het aaltje kan niet selectief tegen de eikenprocessierups worden ingezet, waardoor het risico voor bedreigde vlindersoorten te groot is. De gemeente Boxmeer heeft daarom besloten op sommige locaties niets te doen. 'We hebben nogal wat zeldzame vlinders in onze gemeente, in de buitengebieden, waar weinig publiek komt. Daarom hebben we besloten op die locaties niets aan bestrijding te doen.' Aan het woord is Ruud Custers, groenbeheerder van de gemeente Boxmeer. 'We werken nu al een jaar of vijf samen met de Nationale Bomenbank. Ze hebben expertise in huis en geven goede adviezen. De lijntjes zijn kort en we werken prettig samen. De Nationale Bomenbank doet een voorzet en vervolgens gaan we in gesprek over de uitvoering.'

EPR-beheerplan
Hendriks: 'Ons advies voor de preventieve aanpak in de eerste maanden is gebaseerd op de informatie over het jaar daarvoor. Elke opdrachtgever krijgt aan het einde van het jaar een rapportage over de plaagdruk, het verloop daarvan in het seizoen en de resultaten van de bestrijding. Het beheerplan wordt gemaakt op basis van data: waar eikenbomen staan, hoe groot de plaagdruk was in het jaar ervoor, hoeveel eikenprocessievlinders er waren en waar de kwetsbare vlindersoorten zitten. Met die informatie maken we een voorstel voor preventief spuiten, dat voor de opdrachtgever inzichtelijk wordt gemaakt op een digitale kaart. Ons doel is natuurlijk om jaarlijks steeds minder te spuiten. Want nogmaals, bacteriën en aaltjes zijn dan wel biologisch, maar niet volledig selectief, dus er ontstaat toch schade aan het ecologische systeem. In overleg stellen we de definitieve spuitkaart vast waarmee - vaak eind april - het seizoen wordt ingegaan.'

De vlinderkaart geeft aan waar preventieve behandeling is toegestaan

Eigen EPR-station
Voor de juiste bestrijding op het juiste moment zijn allerlei factoren van belang. Denk aan de nachttemperatuur voor nematodenbestrijding, of de windkracht. Xentari werkt optimaal wanneer er voldoende bladbezetting is. Terra Nostra heeft een eigen EPR-station om onderzoek te kunnen doen en de fenologie te kunnen monitoren. Hendriks: 'Curatief bestrijden is veel duurder dan preventief bestrijden, dus hoe meer je preventief kunt doen, hoe goedkoper. Dat is verleidelijk, maar vanwege de schadelijke neveneffecten is het van belang om alleen preventief te bestrijden op plaatsen waar de publieksdruk hoog is. De rups is vaak al vanaf half mei in het volgende larvale stadium met de overlast gevende brandharen. Spuiten kan dan niet meer.'

Wouter van de Lest is adviseur integraal beheer bij de gemeente Berg en Dal. Hij vertelt: 'Vanaf dag één dat de rups zich in onze gemeente vertoonde, werken we samen met de Nationale Bomenbank, destijds nog Kuppen Boomverzorging. Vanaf 2019, toen de overlast verveelvoudigde, ontzorgen ze ons volledig.' Dat betekent dat de gemeente de preventieve bestrijding, inventarisatie, curatieve bestrijding en monitoring bij de Nationale Bomenbank heeft ondergebracht. 'Voor de inzet van Xentari of nematoden volgen we de adviezen van de Nationale Bomenbank op. Henry Kuppen weet daar alles van en ze blijven onderzoek doen. De politiek stelt overigens wel vragen over de collateral damage van de preventieve behandeling. We hebben als gemeente onze communicatie over de aanwezigheid en bestrijding van de eikenprocessierups de laatste jaren verbeterd. We melden alles wat er gebeurt, wanneer en waar, want de bewoners zien de busjes natuurlijk rondrijden. We merken dat er hierdoor minder vragen komen.'

'Een nematode maakt geen onderscheid tussen de ene en andere rups'

Natura 2000
Net als de gemeente Boxmeer heeft ook Berg en Dal een Natura 2000-gebied met veel eikenbomen en veel bedreigde en beschermde vlindersoorten. Van de Lest: 'Curatief behandelen is kostbaarder dan preventief. Toch is dit de enige mogelijkheid in en rondom dat gebied; daar is bij de gemeente geen enkele discussie over.'
Dankzij de samenwerking met de Nationale Bomenbank worden klachten beter gestroomlijnd en plaatselijke situaties beter geregistreerd, vertelt Van de Lest: 'De administratie van de meldingen is beter en we hebben meer inzicht in de stand van zaken. Klachten worden geprioriteerd, sneller afgehandeld en in het hoogseizoen beter opgepakt. Er wordt efficiënt gewerkt. Er is vaak overleg over de praktische uitvoering, meestal via het digitale meldplatform van de Nationale Bomenbank, en elk jaar ontvangen we een uitgebreide rapportage met daarin onder andere een advies voor het komende jaar.'

Van preventief naar curatief
Wanneer het moment daar is, lopen de medewerkers van de Nationale Bomenbank alle eiken in het beheerplan fysiek na en controleren ze op nesten. De bevindingen worden in de digitale kaart ingevoerd, zodat de opdrachtgever een goed onderbouwd besluit kan nemen over curatieve bestrijding. Daarnaast worden er feromoonvallen opgehangen voor onderzoek. Op basis van deze bevindingen wordt het advies voor het jaar erop opgesteld. Zo ontstaat er snel een beeld van de plaagdruk.

'Het is niet zo dat wij als gemeente achteroverleunen', zegt Van de Lest. 'Wij experimenteren met vogelkastjes en het zaaien van kruiden en proberen mee te denken. We zien dat deze middelen wel ondersteunen, maar niet voldoende zijn. De eikenprocessierupsen gaan soms in de vogelkastjes zitten. Dat maakt de bestrijding wel moeilijk. Verder is er een lokale groenaannemer bij betrokken, een boomverzorger, die werkt met apparatuur en middelen van de Nationale Bomenbank. Mooi dat zo'n constructie mogelijk is, waarbij een lokale partij een deel van het werk kan uitvoeren.'

'Met een eigen EPR-station en feromoonvallen blijven we onderzoek doen naar de effecten'

Op de centen letten
Ook Boxmeer is blij met de samenwerking. Custers: 'De samenwerking is super, vooral dankzij de korte lijnen. Volledig uitbesteden is voor onze gemeente budgettair niet mogelijk, dus werken we samen. De Nationale Bomenbank komt met een advies, een plan, en dan gaan we in gesprek over wat er kan. Zo monitoren wij de bomen zelf en leggen de bevindingen via de tablet vast in hun programma. Wij geven aan wat er moet gebeuren en zien in diezelfde kaart ook realtime waar de Nationale Bomenbank aan het werk is. Problemen zijn sneller opgelost en er komen minder klachten van burgers. Ik denk dat het ook om gewenning en bewustwording gaat. Mensen zijn zich meer bewust van de aanwezigheid van de rups en de overlast, zoals je dat ook van een brandnetel bent, en houden er rekening mee. Er komen wel vragen over de preventieve aanpak. Ook al is het biologisch, mensen zien dat er gespoten wordt en daarbij denken ze aan gif. Dankzij de Nationale Bomenbank weten we nu beter waar de rupsen zitten. Sommige straten springen er jaarlijks uit. En inzicht helpt voor een efficiënte bestrijding.'

Deze website maakt voor een optimale werking gebruik van cookies. OK Toestaan Weigeren Lees voor meer informatie onze privacyverklaring privacy Cookie instellingen